vrijdag 10 juni 2011

Geslaagde betoging 9 juni: (foto)verslagen en perspectieven

"Zoveelste stadswandeling" of nieuw startschot voor een strijd tot inwilliging van alle eisen?

Met 16.000 betogers (volgens de politie) waren we in Brussel. De grootste betoging van de sociale sector sinds het indienen van de eisenbundel begin vorig jaar. De intersectorale solidariteit is groot.

Daarnaast is er een grote steun van cliënten, bewoners, deelnemers, patiënten, bejaarden en andere zorgbehoevenden voor de werknemers van de Non/Social Profit, net als van hun families en sommige werkgevers (hoe relatief ook). Onze beleidsmakers behoren tot een andere groep. Als (on?)bewuste handlangers van het kapitaal is het hun opdracht de gezondheidszorg uit te hollen om vervolgens over te laten aan de commerciële sector die enkel geïnteresseerd is in vette winsten voor de aandeelhouders. De Witte Woede zal dit niet laten gebeuren. De nationale betoging van 9 juni was slechts een waarschuwing. De sector heeft het maximum van zijn kracht nog nooit getoond, maar als er niet snel een meerjarenakkoord op tafel ligt, zou daar wel eens verandering kunnen in komen.

Een sector met enkele honderdduizenden werknemers en nog meer sympathisanten bezit een grote kracht, de kracht van zijn aantal. Als die gebruikt wordt, zijn echte stappen vooruit een zeer reëel vooruitzicht. Alle werknemers betrekken in de strijd is allesbehalve evident. Daarom is het nodig dat er een duidelijk uitgewerkt actieplan opgesteld wordt. Om efficiënt te zijn, dient dit actieplan de subsectoren en vakbondsgrenzen te overstijgen en gepaard te gaan met een brede info- en solidariteitscampagne. De zomermaanden zijn ideaal voor intern en onderling overleg van de verschillende belangengroepen binnen de Non/Social Profit. Op die manier kan er in september een actieplan ingediend worden. Een plan dat (stakings)acties in ritme en omvang systematisch doet toenemen maar ook gedurende een relatief lange termijn kan aangehouden worden en slechts opgeheven wordt als er een aanvaardbaar voorstel uit de bus komt.

Federale sectoren: niets nieuws onder de zon…

Niemand kan ontkennen dat er nood is aan verdere acties. Na de betoging werd deze nood nogmaals bevestigd door de vakbondssecretarissen die verslag uitbrachten van de onderhandelingen met de bevoegde ministers. Deze week is er op federaal vlak twee keer een onderhoud geweest in Wetstraat 16. Met de ministers Onkelinx(PS, vicepremier en minister van sociale zaken en volksgezondheid in lopende zaken), Milquet (CDH, vicepremier en minister van werk en gelijke kansen in lopende zaken) en een medewerker van Leterme (CD&V en premier in lopende zaken). De vakbonden vernamen van hen het nieuws dat er in België geen federale regering is, maar dat er op dit moment een formateur is aangesteld en dat er dus een regering kan komen. Ze zijn daar blijkbaar niet om een grapje verlegen. De vakbonden kregen tevens de mededeling dat er geen onderhandelingen kunnen gestart worden, maar dat er wel een technische werkgroep opgesteld kan worden die deze onderhandelingen voorbereid. Als laatste werd er nog meegegeven dat er geen 2° mini-akkoord zal komen en dat de vakbonden een selectie moeten maken in hun eisen. Ook een grapje?

Vlaamse sectoren: de trein der traagheid ondanks einddatum onderhandelingen

Op Vlaams vlak is men al ongeveer een maand aan het onderhandelen, maar is er amper vooruitgang geboekt. Enkel over de functieclassificatie van de werknemers is er deftig gesproken. De 13° maand en andere loonvoorwaarden zijn slechts terloops aan bod gekomen, net als ‘decommercialisering’ en uitholling van de zorg, waarover de vakbonden een duidelijke standpunt van de regering willen horen. Kwaliteitsverhogende maatregelen zoals werkdruk verlagen en extra personeel zijn nog helemaal niet aan bod gekomen. Met nog vijf onderhandelingsrondes te gaan, zal het dan ook heel nipt worden om een degelijk voorakkoord rond te krijgen tegen 29 juni, einddatum voor de onderhandelingen. De vakbondsleiding voorspelt dan ook een negatieve evaluatie door de achterban, daar het vooruitzicht op een aanvaardbaar akkoord eerder mager is.

Op Vlaams en federaal vlak zal het dus hoogstwaarschijnlijk ‘overzomeren’ worden. Daarom roepen we nu al op voor een breed intern en onderling overleg tussen de verschillende belangengroepen binnen de Non/Social Profit.

Goede zorg en welzijn zijn een enorm belangrijk onderdeel van de samenleving, maar zijn binnen de huidige kapitalistische logica erg moeilijk te verwezenlijken, laat staan te behouden wat er al is. Daarom is het nodig dat, naast de inwilliging van de syndicale eisen, de strijd van de Witte Woede een verlengstuk krijgt in een politieke strijd voor een kosteloze gezondheidsdienst in publieke handen, waar elke vorm van privé-inmenging gebannen wordt. Een dergelijke gezondheidsdienst kan echter slechts bestaan als het onder controle staat van de bevolking. Wat dan weer de roep naar een nieuwe linkse arbeiderspartij naar voor schuift. In afwachting van een dergelijke partij blijven we met Polsslag strijdsyndicalisten en militanten uit de sector verzamelen, over de vakbondsgrenzen heen, om op een kritische manier druk te zetten op de vakbonden om de strijd niet te laten doodbloeden, maar verder uit te bouwen.

Links naar (foto)verslagen op andere websites:

* pagina met verslagen, foto's en filmpjes op wittewoede.be (website LBC Non-Profit)

* fotoreportage 1 op socialisme.be

* fotoreportage 2 op socialisme.be

* verslag en foto's op dewereldmorgen.be

* fotoreportage SETCa-FGTB CHIREC

* fotoreportage ABVV De Branding

* fotospecial Nieuwsblad.be

donderdag 9 juni 2011

Antwoord op recente discussies in de pers betreffende verpleegkunde

uittreksel speciaal Polsslagdossier n.a.v. betoging van 9 juni 2011
Zijn verpleegkundigen “verwende luxebeesten”, zoals sommige politici impliceren?

Vlaams minister van Welzijn, Jo Vandeurzen (CD&V), liet begin mei weten dat men jongeren geen foute beelden mag inprenten als het gaat over starterslonen in de non/social profit...

Op 9 mei kopte o.a. het Nieuwsblad: “Verplegers bij best betaalden.” Een salarisenquête van de KU Leuven en Vacature wees immers uit datbeginnende verpleegkundigen bij de top 3 van de best betaalden horen op hun niveau, de bachelors (vroegere A1). Dat er ook nog verpleegkundigen “HBO5” (de vroegere A2) bestaan, vergeet men even. Het ging hier echter niet over het basisloon, maar over het loon waar alle premies voor avond- , nacht- en weekendwerk (en niet te vergeten: feestdagen) reeds in opgenomen zijn: 2027 Euro bruto/maand. Die schijnbare ‘hoge verloning’staat echter niet in evenwicht met de zware werkdruk, hyperflexibiliteit en verantwoordelijkheid (letterlijk soms kwestie van leven of dood) die verpleegkundigen dragen.

De reële arbeidsomstandigheden verschillen serieus met hoe ze in allerhande promocampagnes en TV-soaps worden afgeschilderd. De ronduit seksistische campagne die stelde dat er knappe dokters in het ziekenhuis rondlopen en eigenlijk veronderstelde dat vrouwelijke verpleegkundigen niets anders te doen hebben dan in zwijm te vallen voor geneesheren, was toch wel de hoofdvogel. Respect voor het beroep is toch wat anders.

In de Metro van 30 mei wist men in dezelfde trend te vertellen dat de knelpuntberoepen reeds 20 jaar dezelfde zijn, inclusief verpleegkunde. Vandaag is één op de twee vacatures bestemd voor knelpuntberoepen volgens de VDAB. "Eén van de oorzaken is het imagoprobleem waar veel knelpuntberoepen mee kampen." Wat betreft verpleegkunde is de vorige zin stilletjes aan een mantra aan het worden voor de beleidslieden. Ondertussen hebben de heren en dames politici 20 jaar de tijd gehad om iets aan het probleem te doen. Spijtig genoeg moeten we vaststellen dat de politici, buiten het zich pro forma ongerust maken, gedurende al die tijd zelfs nog geen begin gemaakt hebben om het probleem STRUCTUREEL aan te pakken.

De berg die een muis baart: "Het attractiviteitsplan voor de verpleegkunde"

Sommigen onder ons zullen zich waarschijnlijk nog het zogezegd prestigieuze “Attractiviteitsplan voor de Verpleegkunde” herinneren dat minister Onkelinx in de zomer van 2008 lanceerde. Anno 2011 kunnen we vaststellen dat er van dit plan niet veel in huis gekomen is buiten de schamele extra avondpremie van 20% tussen 19 en 20 uur en de premies voor de Bijzonder Beroepstitels (BBT’s) en Bijzondere Beroepsbekwaamheden (BBK’s) .

To ‘BBT’ or not to ‘BBT’

De ganse problematiek van de BBT’s en de BBK’s zorgt voor extra spanning en verdeeldheid bij de verpleegkundigen op de werkvloer. Voor hetzelfde werk wordt een verpleegkundige met een BBT of BBK beter betaald dan de collega zonder bij wijze van een aanzienlijke jaarlijkse premie die in september wordt uitbetaald. Dezelfde redenering gaat natuurlijk ook op voor het verschil van loon tussen HBO5 (A2) en de bachelors (A1) waar trouwens IF-IC, de nieuwe functieclassificatie met passende loonbarema’s in wording (?), ook geen onderscheid in maakt.

Daar bovenop is de lijst van erkende titels zéér beperkt en heeft het Ministerie van Volksgezondheid een enorme achterstand in de verwerking van de erkenningsaanvragen voor de weinige titels die er al zijn (ook voor de zorgkundigen trouwens). Sommige verpleegkundigen die reeds lang een erkenningsaanvraag ingediend hebben, zullen door deze achterstand de premie in september aan hun neus zien voorbijgaan. Anderzijds is er van de belofte van de minister om jaarlijks 2 nieuwe titels te erkennen ook niets terechtgekomen ondanks het feit dat de Nationale Raad voor Verpleegkunde al verschillende ontwerp-KB’s voor nieuwe titels en bekwaamheden heeft voorbereid.

Op het gebied van de titels kunnen we gerust over een totale stilstand spreken. Door minister Onkelinx is de discriminatie bij de verloning van verpleegkundigen nu nog completer … Tot zover een poging of beter gezegd iets dat er moet voor doorgaan om de verpleegkunde terug aantrekkelijk te maken.

Corporatisme en elitarisme van sommige beroepsorganisaties zijn niet de oplossing!

Het lijkt dan ook een raadsel voor de politici waarom er zo een tekort aan verpleegkundigen OP DE WERKVLOER bestaat. Nochtans volgens de cijfers doet België het helemaal niet zo slecht wat betreft het aantal mensen die een verpleegkundig diploma op zak hebben. In België zijn er ongeveer 11 verpleegkundigen per 1000 inwoners. Frankrijk bijvoorbeeld moet het met minder dan de helft doen: 5,2 per 1000 inwoners. De verklaring werd echter beknopt weergegeven in een titel van Metro (19 mei): “ Nieuwe lichting is na enkele jaren weg.” In dit artikel vraagt men de voorzitster van het FNIB (Fédération Nationale des Infirmières de Belgique) haar mening over de problematiek van de duizenden openstaande vacatures voor verpleegkundigen: “Het probleem is niet dat er onvoldoende gekwalificeerde verpleegkundigen zijn, maar dat de werkomstandigheden niet aantrekkelijk zijn (…) Sommigen kiezen een ander beroep, anderen werken halftijds of op interimbasis … Verpleegkundigen met 25 jaar ervaring blijven op post. Maar de nieuwe lichting houdt het na enkele jaren voor bekeken.”

De oplossingen die de FNIB aanreikt, zullen echter ook geen zoden aan de dijk brengen. De vakbonden hebben in het verleden al verscheidene malen stelling genomen tegen de hypercorporatistische beroepsvereniging met haar ‘elitaristische’ benadering van de verpleegkunde. Zo was de FNIB (in tegenstelling tot de NVKVV) één van de grootste pleitbezorgers van een “Orde van Verpleegkundigen” naar het voorbeeld van de beruchte Orde van Geneesheren. Dit werd echter kordaat tegengehouden door een campagne van de vakbonden (waar Polsslag langs nederlandstalige zijde meer dan zijn steentje toe bijgedragen heeft.) De FNIB ziet ook liever de A2 verpleegkundigen verdwijnen om plaats te maken voor het Masterniveau, kennelijk zijn de ‘gewone bachelors’ óók al te min …

De laatste jaren hebben we een gestage groei gezien in verpleegkundige middenkaderfuncties in de ziekenhuizen … op vraag van de overheid die de trend van “(kwaliteits)controle op het werk” uit de privésector ook doortrekt naar de non/social profit. Het is dan ook niet verwonderlijk dat heel wat nieuwe bachelors verder studeren om uiteindelijk op een bureau terecht te komen als middenkader. Dit hoeft ook niet te verwonderen: de werkomstandigheden “aan het bed van de patiënt” zorgen voor een “logische” vlucht … Het is echter “aan bed” dat het tekort zich voordoet én waar het opgelost moet worden.

Een meer objectieve studie van het HIVA (onderzoeksinstituut voor arbeid en samenleving) toont echter aan dat de lonen in de non/social profit gemiddeld 10,5% lager liggen dan lonen voor gelijkwaardige functies in andere sectoren. De werkgevers lieten bij monde van ADMB (externe dienstverlening voor bedrijven en zelfstandigen) weten dat Poolse verpleegkundigen de oplossing zijn voor de personeelsschaarste in de zorgsector. Uitweiden over de loon- en arbeidsvoorwaarden van deze werknemers doet men echter niet.

woensdag 8 juni 2011

Enkele korte getuigenissen uit de sector

uittreksel Polsslagpamflet 9 juni 2011
Een zeer diverse sector maar wel dezelfde problemen!

De non/social profit is zo gevarieerd dat de sectorspecifieke eisen moeilijk te vatten zijn in enkele zinnen. De rode draad is echter overal een gebrek aan middelen en personeel. Hieronder vind je enkele getuigenissen van collega’s uit de sector, één voor één zijn ze Wit van Woede.

“Ik werk als persoonlijk assistent (PAB) bij een persoon met een niet aangeboren hersenletsel (NAH). Op zijn 18 liep hij een hersenletsel op na een auto-ongeval. Hij was in zijn recht en werd bijgevolg vergoed door de verzekering. Daarnaast kon hij terecht in een revalidatiecentrum en later in een dagcentrum voor personen met NAH. Eind 2009 kreeg hij een brief van het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH). Hierin stond te lezen dat hij geschrapt werd binnen het VAPH en dus niet langer gehandicapt was (reden: hij was reeds vergoed door de verzekering). Hoewel de zorgvraag hetzelfde blijft, werk ik nu officieel als huisbediende en niet langer als PAB.”

PAB’er, Bornem

“Bij ons in de gehandicaptenzorg zijn de grootste knelpunten de ellenlange wachtlijsten en de sinds 1983 in voege zijnde personeelsstop. Ik heb geluk, want bij ons is er een personeelsbezetting van 91% (vooral door giften en sponsering). Collega’s in andere instellingen hebben minder geluk. Gemiddeld is er een personeelsbezetting van 87%, maar sommigen moeten het stellen met slechts 80% van een volwaardige personeelsbezetting.”

Leefgroepbegeleidster, Leuven

“De wachtlijsten en sommige regelgevingen zijn te absurd voor woorden. We zoeken al een jaar naar een geschikte oplossing voor ons dochtertje, die pas volgend jaar naar een nieuwe school moet. De onzekerheid is enorm en weegt op ons gezin.”

Moeder van een meisje met mentale en motorische beperkingen

“Het personeelstekort is het grootste knelpunt bij ons op de werkvloer. Hierdoor ligt de werkdruk hoog en is er geen evenwicht meer tussen werk en privé. Veel collega’s zijn langdurig afwezig en vervanging wordt er maar zelden gevonden. De directie zet sommige afdelingen tegen mekaar op door anderen betere werkomstandigheden aan te bieden. Dit zorgt voor wrevel onder het personeel en weinig solidariteit.”

Verpleegster in een OCMW-rusthuis

“Onze rondes zijn niet meer werkbaar. We moeten kiezen tussen snelheidsovertredingen of half werk afleveren. “

Werkneemster in de thuisverpleging, Lokeren

Wat na de zoveelste wandeling in Brussel?

uittreksel Polsslagpamflet 9 juni 2011
Hoe kan een ACTIEPLAN er concreet uitzien?

Op 26 april stuurde het gemeenschappelijk vakbondsfront een brief naar premier Leterme om hem er op te wijzen dat er nog steeds geen onderhandelingen opgestart zijn voor een meerjarenakkoord voor de federale gezondheidssectoren. In de brief wordt gesteld: “In 2011 hebben de sociale partners een zogenaamd “mini-akkoord” gesloten voor de duurtijd van slechts 1 jaar. (…) Dit mini-akkoord beantwoordt echter op diverse punten geenszins aan de legitieme verwachtingen van de werknemers uit de federale gezondheidssectoren.”

Terwijl de nationale betoging van 9 juni vlak in de onderhandelingen voor de Vlaamse sectoren valt, bestaat er (op het moment van dit schrijven) voor de federale sectoren nog zelfs geen onderhandelingskalender noch -kader. Indien de betoging geen concreet resultaat oplevert, zal er na de zomervakantie moeten overgegaan worden naar hardere acties naar het voorbeeld van de stakingen in de Vlaamse gehandicaptensector.

Wij stellen alvast voor om een uitgewerkt actieplan met een escalatie in tijd en omvang op te maken. Hoe zou dit er concreet kunnen uitzien?

1. Vanaf september elke maand een “harde” 24-urenstaking in een groot ziekenhuis per provincie in gemeenschappelijk vakbondsfront én met massale stakingspiketten die het karakter van een kleine betoging hebben. Alle militanten van de provincie kunnen daar naartoe gemobiliseerd worden. Het is uiteraard de bedoeling om bij de aankondiging van de eerste staking de stakingskalender voor de volgende maanden over te maken aan de regering en de werkgevers zodat het voor iedereen duidelijk is (ook naar de werknemers van de sector toe) dat het menens is. Deze methode heeft het voordeel dat het een tijdje kan aangehouden worden zonder meteen al het kruit te verschieten.

2. Mocht het perspectief van die maandelijkse stakingen niet genoeg blijken om de regering onder druk te zetten, kan men na een tijd overgaan tot stakingen in meerdere ziekenhuizen per provincie maar dan elk op een andere dag in dezelfde week, om terug de nodige mensen te kunnen mobiliseren voor de piketten. Concreet zou dit kunnen betekenen: dinsdag ziekenhuis A, woensdag ziekenhuis B en donderdag ziekenhuis C. Dit is omwille van de specifieke regelgeving in de ziekenhuissector bij stakingen en werd in de praktijk al toegepast door BBTK-BHV tijdens de vorige witte woede.

3. Een verdere escalatie kan men bekomen door de andere subsectoren zoals de rusthuizen en RVT’s ook in te schakelen in de acties. Dit is wat we noemen het systematisch opbouwen van de acties volgens een actieplan.

De acties voor het vorige meerjarenakkoord zijn letterlijk doodgebloed door het gebrek aan zo’n actieplan. Toen werden er een reeks van betogingen georganiseerd die dan uiteindelijk uitmondden in een staking tot de finish, die echter in de praktijk zeer chaotisch en ongecoördineerd verliep. Hopelijk hebben de vakbondsleiders dezelfde lessen getrokken uit deze ervaringen en zijn ze bereid deze discussie te voeren met de achterban.

maandag 6 juni 2011

Materiaal Polsslag voor de betoging van 9 juni

Op de betoging van komende donderdag zal er een nieuw Polsslagpamflet (A4 recto verso) verdeeld worden en een speciaal uitgebreid dossier van 8 blz waar er een stand van zaken gemaakt wordt, een antwoord gegeven wordt op de recente discussies in de Vlaamse pers over de sector en formuleren we een suggestie voor een concreet actieplan na de zomervakantie.

Het Polsslagpamflet; "Hoe kan een actieplan er concreet uitzien?": klik hier
Het uitgebreid dossier; "De lange adem van de witte woede": klik hier

Polsslag affiche voor 9 juni

Alvast de gemeenschappelijke affiche van Polsslag en LSP voor de grote nationale betoging van alle sectoren van de non/social profit nu donderdag, 10u30 Brussel-Noord.

affiche in PDF