zaterdag 27 augustus 2011

Sociale onrust in het ASZ: terug van nooit weggeweest.

overgenomen van ROOD! Aalst

Sinds de staking in november 2008 is de rust nooit echt teruggekeerd in het Algemeen Stedelijk Ziekenhuis (ASZ) met campussen in Aalst, Wetteren en Geraardsbergen. Daarna volgden nog heel wat stakingsdagen, betogingen en prikacties. Anno 2011 is nog steeds dezelfde problematiek reden van acties: het laten uitdoven van het ambtenarenstatuut (de vaste benoeming met alle voordelen), de schaamteloze zelfbediening van de directie en de oplopende werkdruk.

Terwijl het personeel gevraagd wordt in te leveren (5 dagen betaald sociaal verlof en vrije dagen voor bloed geven) wil de directie zich doodleuk een fikse opslag toekennen omdat hun verloning zogezegd niet concurrentieel is met die van andere ziekenhuisdirecties.

Deze zomer hadden er al 2 prikacties plaats tegen de “eerst oompje en dan oompjes kinderen” mentaliteit van de directie. De directie heeft zichzelf benoemd in de allerlaatste benoemingsronde terwijl heel wat personeel in de kou bleef staan en dus contractueel blijft. Ze moeten werken tot 60 jaar in tegenstelling tot het gewoon personeel (tot 65 jaar). Nu vinden ze dat ze te weinig verdienen en willen zichzelf een surplus geven van 500 euro en een onkostenvergoeding van 250 euro, beiden per maand.

Als compensatie eisen de vakbonden maaltijdcheques van 6 euro voor het personeel. Na het directiecomité van 5 september volgt er een personeelsvergadering waar er zal beslist worden over mogelijke acties. Wordt vervolgd …

Vorige acties ASZ: zie archief vakbondsacties ASZ & stadsdiensten

Naschrift:
De raad van bestuur en de vakbonden van het ASZ komen terug samen op 12 september. Tot dan wordt er geen actie gevoerd.

Het Nieuwsblad: Personeel ASZ beslist voorlopig niet te staken

vrijdag 26 augustus 2011

Te veel gehandicapten en profiteurs? De Gucht en N-VA slaan de bal mis

Op deze blog hebben we het al een paar keer gehad over de zogezegde "oneigenlijke gehandicapten" als een manier om de wachtlijsten op te kuisen. Karel De Gucht gaat echter een stapje verder en de NVA is er als de kippen bij om er nog een schepje bovenop te doen. Hieronder publiceren we gedeeltelijk het antwoord vanop de website van het ABVV

In het weekblad Humo gaf Karel De Gucht (Eurocommissaris Open VLD) naast uitspraken over Europa en de schuldencrisis ook zijn mening over de sociale zekerheid in ons land en stelde daarbij dat er te veel gehandicapten zijn.

Hij haalt zijn eigen rugproblemen aan als voorbeeld en zegt dat hij daardoor voor 75% arbeids­ongeschikt zou kunnen verklaard worden, maar dat hij perfect kan werken.

Op basis van een persoonlijk letsel concluderen dat alle gehandicapten profiteurs zijn hadden we van een slim politicus niet verwacht. Of ligt deze uitspraak in de lijn van de ultraliberale denkpiste dat er flink bespaard moet worden op de sociale zekerheid?

Cynisch ook dat de N-VA er als de kippen bij was om met die quote de communautaire toer op te gaan. De Walen zouden weer eens de grote profiteurs zijn want daar zouden 50% meer gehandicapten dan in Vlaanderen een uitkering krijgen. Zo weten meteen ook hoe sociaal voelend die partij is!

De bevoegde Staatssecretaris, Jean-Marc Delizée (PS) liet al weten dat de cijfers waar de N-VA mee schermde bovendien niet kloppen en appelen met peren vergelijken.

De rest van het artikel kan je hier verder lezen.

woensdag 17 augustus 2011

Centra voor Kindzorg en Gezinsondersteuning: veel plaats voor zorgen, weinig voor zorg en ondersteuning

Eén van de peilers van de kind-, jeugd- en gezinszorg in Vlaanderen staat onder zware druk. De Vlaamse regering wil in een ijltempo hervormingen doorvoeren in de Centra voor Kindzorg en Gezinsondersteuning (CKG). Begin 2012 wil Vlaams minister van Welzijn, Jo Vandeurzen (CD&V), de subsidiëring herzien en de opdrachten voor de CKG’s herdefiniëren. Dit staat in groot contrast met de onderhandelingssnelheid voor het nieuwe meerjarenakkoord voor de non/social profit als geheel, waar een slakkengang nog zwaar overdreven is. De vakbonden stellen zich grote vragen bij de snelheid waarmee men de hervormingen wil doorvoeren, maar ook bij de inhoud van de voorgestelde nieuwe regelgeving.

Hervormen en verwarren, daarna onderhandelen

De Centra voor Kindzorg en Gezinsondersteuning staan in voor een professionele tijdelijke opvang van kinderen die hier omwille van opvoedings- of andere problemen nood aan hebben. Op die manier krijgen de kinderen en hun ouders de tijd om hun problemen aan te pakken en op te lossen. Het gezin kan herademen en een ontsporing wordt voorkomen. Ook een doorstroom naar de bijzondere jeugdzorg kan op deze manier vermeden worden. Ondanks het groot maatschappelijk nut van de CKG’s, neemt de onzekerheid in de sector almaar toe. Al meer dan een jaar is er een stilstand.

De verwarring die de Vlaamse regering sticht, komt de sector niet ten goede. De centra blijven in het ongewisse of ze geplande investeringen moeten uitvoeren of niet. De kans dat ze gesloten worden is immers reëel en als ze open mogen blijven, dan is het onduidelijk welke modules ze mogen blijven aanbieden. Er staan bepalingen aan te komen voor het aantal residentiële plaatsen die een centra minimum moet hebben om deze opvang nog te kunnen behouden. Tegelijk verzekert men aan de werknemers dat de personeelsbezetting zal verhogen. Niet moeilijk om zoiets te beloven. Als je het ene CKG slui,t kan je wel een aantal werknemers overplaatsen naar een ander CKG. Alle voorgestelde hervormingen samen zullen de druk bij het personeel alleen maar verhogen. Hoewel het bij momenten nu al niet meer werkbaar is. Er is een minimum aan ondersteuning, lange werkdagen, onderbroken diensten en de toeslag voor avondwerk (binnen de thuishulp en coaching) is nog maar een jaar van kracht.

Minister Vandeurzen wil binnen de CKG’s meer de nadruk leggen op thuis- en ambulante hulpverlening hoewel niet alle personeelsleden de juiste kwalificaties hiervoor hebben en de zorgvraag dit niet altijd toelaat. Een gelijkaardige beweging zien we bij het beruchte artikel 107 dat gestalte geeft aan de hervorming van de psychiatrie. Een CKG zal minstens drie verschillende modules moeten aanbieden om open te mogen blijven (residentiële opvang, thuishulp, PPP, ambulante hulp, STOP-training, …). Daarnaast wil men de residentiële opvang extra regels opleggen. Zoals groepen niet langer opdelen per leeftijdscategorie, maar per zorgvraag. Kinderen voor korte opvang mogen niet langer samenwonen met kinderen voor lange opvang. Er zullen dus groepen komen met baby’s, kleuters en lagere schoolkinderen in één leefgroep. Een kind dat later dan zijn broertjes of zusjes opgenomen wordt, zal niet in dezelfde groep mogen wonen omdat de opvang van kortere duur zal zijn. Ook doet het gerucht zich de ronde dat de leeftijdsgrens terug naar beneden moet. Enkel opvang van -6 jarigen zoals vroeger, tegenover -12 jarigen nu.

Het is duidelijk dat de residentiële afdelingen het hardst getroffen zullen worden door de hervormingen die in de lucht hangen. En dit terwijl er binnen de CKG’s nu al wachtlijsten zijn tot meer dan een jaar, zowel in de residentiële als niet-residentiële modules. Voor de kinderen (en hun gezin) op deze wachtlijsten zijn er drie mogelijkheden. De vraag naar hulp is er na dat jaar niet meer óf er is na een moeilijk jaar eindelijk een plaats óf er is een escalatie van het probleem en het kind komt in de bijzondere jeugdzorg terecht. De laatste optie is spijtig genoeg de meest voorkomende.

Ministerie van Welzijn en Creatief Omgaan met Wachtlijsten

Vandeurzen is bezig met het wegwerken van de wachtlijsten in de sector, maar hij doet het zoals in de andere non-profitsectroren: creatief en op korte termijn. In de gehandicaptensector schrapt men de ‘oneigenlijke’ gehandicapten en wil men de personen met een handicap en ouder dan 65 doorsturen naar de bejaardensector. In de bejaardensector maakt men bedden vrij door de thuiszorg harder te belasten en door ‘zorgkringen’ te organiseren. Daarnaast zorgt de commercialisering en privatisering binnen de non/social profit voor een verdere verfraaiing van de cijfers.

Ook de jongerenzorg in Vlaanderen ontsnapt niet aan de creativiteit van de Vlaamse regering. Binnen de CKG’s wil men de wachtlijsten wegwerken door het doorsluizen van dossiers naar de bijzondere jeugdzorg en de pleegzorg, en door te hopen dat sommige problemen zich vanzelf oplossen. De wachtlijsten binnen de pleegzorg verklaart men integraal aan het gebrek aan pleeggezinnen. Een gebrek dat men toeschrijft aan een individualistische maatschappij en niet aan het ontbreken van middelen. De aangewende “creativiteit” voor de afbouw van de wachtlijsten binnen de bijzondere jeugdzorg leidt tot onaanvaardbare en tragische situaties. Gedragsgestoorde jongeren komen in de volwassenpsychiatrie terecht, kinderen zonder papieren dumpt men terug in de illegaliteit en mishandelde kinderen worden bij gebrek aan plaats terug naar huis gestuurd. Delinquente jongeren die na hun arrestatie niet doorgestuurd worden naar de jeugdrechter, komen evenmin voor in de officiële gegevens (tot ze echt ontsporen).

Geld voor nieuwe projecten, niet voor de uitwerking ervan

Nieuwe theorieën worden aangebracht, maar meer middelen om deze in de praktijk optimaal te kunnen uitwerken, komen er niet. Zo is men onlangs in de provincie Antwerpen begonnen met Tripple P of Positive Paranting Program. Het programma biedt ouders met kinderen tot 12 jaar praktische hulp bij dagelijkse opvoedingsvragen. De centrale boodschap is: positief opvoeden werkt. Het project wierp vrij snel zijn vruchten af en kreeg een uitstekende evaluatie. De voldoening bij het personeel en de herwonnen werklust verdwenen echter snel als men zag welke povere middelen er uitgetrokken worden voor dit dure, vanuit Australië aangekochte, project.

Niet verdelen, maar het globale plaatje zien

Het huidige beleid binnen de gezinsondersteuning en kind- en jeugdzorg is aan hervorming toe, maar niet zoals door Vandeurzen voorgesteld. LBC-NVK heeft gelijk wanneer ze eisen om de uitvoering uit te stellen tot 2014. Zo is er tijd voor degelijk onderzoek naar de noden en behoeften van de sector en tijd om na te gaan of de bijzondere jeugdzorg en pleegzorg wel klaar zijn om het verminderen van residentiële plaatsen binnen de CKG’s op te vangen.

In een sector als deze mag men zich niet beperken tot een deelaspect. Een hervorming van de ene deelsector heeft een effect op de andere. Een beleid dat niet in staat is om het globale plaatje te zien, zal ook niet in staat zijn om voor oplossingen te zorgen. Enkel de mensen op de werkvloer kennen de echte problemen en knelpunten. Het is van daaruit dat men moet vertrekken bij het zoeken naar oplossingen en verbeteringen. De traditionele partijen voeren een ‘top-down beleid’ (top naar basis). Er is nood aan een ‘basis-naar-top-beleid’.

Volgens ons is geen enkele huidige politieke partij hiertoe in staat en zal het nodig zijn om op termijn een nieuwe politieke kracht te vormen van, door en voor de ‘gewone mensen.’ Daarmee bedoelen we de werkende klasse in al haar facetten, dus naast loontrekkenden en hun gezinnen ook de werklozen, gepensioneerden en andere uitkeringstrekkers. De grote bedrijven die amper belastingen betalen en de speculanten die ongestraft ganse economieën in het verderf storten en een ongeziene sociale woestenij veroorzaken, worden op hun wenken bediend door de traditionele partijen en hun instellingen zoals de EU, OESO, IMF … De gewone man of vrouw betaalt echter het gelag en wordt buiten de vakbonden door niemand meer vertegenwoordigd. Daarom zijn de syndicalisten verzameld rond Polsslag bereid om mee te denken en te werken aan elke initiatief dat in de richting gaat van een nieuwe brede arbeiderspartij. Een partij die als enige doel heeft de noden en behoeften van de ganse maatschappij te behartigen. Maar in afwachting blijven we kritisch actief binnen de vakbonden van de non/social profit, ongeacht hun kleur of bevoegdheid.

Met Polsslag steunen wij de eisen van de vakbonden:

  • Tijd en ruimte voor degelijke onderhandelingen
  • Geen hervormingen voor er een akkoord is
  • Het beleid aanpassen aan de noden van de sector en niet omgekeerd
  • Rekening houden met het globale plaatje. Op mekaar afstemmen van CKG’s, bijzondere jeugdzorg en pleegzorg
  • Geen commercialisering van de zorg

maandag 8 augustus 2011

PC 330 schiet wakker ...

Gezien de komkommertijd in de sector zullen we even ingaan op het Paritair Comité 330 (federale gezondheidssectoren) dat onlangs wakker geschoten is en zowel in mei/juni als juli telkens 6 getekende CAO's afleverde.

Als we over dit paritair comité berichten op deze blog is het meestal om de totale stilstand en patstelling tussen vakbonden en werkgevers aan te klagen. Voor de verandering willen we eens een positieve noot brengen, al is het maar om het Belgische 'zomerweer' even te doen vergeten.

We moeten echter wel vaststellen dat er bij de fundamentele tegenstellingen nog steeds geen stap vooruit is gezet. De pas getekende CAO's hebben vooral betrekking op de uitvoering van het "mini-akkoord 2011" en de verlenging of aanpassing van reeds bestaande akkoorden.

Ter info geven we even een opsomming:

CAO's getekend op 9 mei en 6 juni 2011:
* Voltijds conventioneel brugpensioen vanaf 56 jaar (6 juni 2011)
* De loon en arbeidsvoorwaarden in de externe diensten voor bescherming en preventie op het werk en de gezondheidscentra (6 juni 2011)
* De loon en arbeidsvoorwaarden in de residuaire sectoren (6 juni 2011)
* Vormings-en tewerkstellingsinitiatieven in bepaalde subsectoren PC 330 (9 mei 2011)
* Vormings-en tewerkstellingsinitiatieven in ROB-RVT (9 mei 2011)
* Vormings-en tewerkstellingsinitiatieven in de privé-ziekenhuizen (9 mei 2011)

CAO's getekend op 13 juli 2011:
* Invoering en werking van de mobiele equipe in ROB-RVT
* De mobiele werknemer in de sector thuisverpleging
* Attractiviteitspremie
* Aanvulling op eindejaarstoelage in de "associations de santé intégrée de la Région wallonne"
* Opleiding van 120 uur van voorlopig geregistreerde zorgkundigen
* Vorming

woensdag 20 juli 2011

Terug prikactie in Aalsterse ASZ

Zoals reeds verleden maand aangekondigd hield het ACOD op dinsdag 19 juli terug een prikactie om te protesteren tegen de bonus die de directie zichzelf wil toewijzen terwijl de laatste jaren het personeel al heeft mogen inleveren. Hiervoor verwijzen we naar de vorige artikels op deze blog over de perikelen in het ASZ (artikel 1, artikel 2) Als tegemoetkoming eist het ACOD de invoering van maaltijdcheques voor het personeel.

Overige links:
* artikel Het Nieuwsblad: "Opnieuw vakbondsactie ASZ"
* reportage TV OOST vóór de actie (18 juli)
* reportage TV OOST over de actie (19 juli)

maandag 11 juli 2011

Tijd voor wat satire ...

Meer satire door onze huiscartoonist vind je op Ronny Barracuda's Rode Vitriool

donderdag 7 juli 2011

Onderhandelingen Vlaamse Non/Social Profit overzomeren.

Op vrijdag 1 juli ging er een uitgebreid beroepscomité door van ABVV Social Profit (BBTK en Algemene Centrale) over de onderhandelingen voor een nieuw VIA-akkoord (Vlaams Intersectoraal Akkoord of in mensentaal: het akkoord voor de Vlaamse sectoren van de non/social profit) Er werd een stand van zaken gegeven zonder dat er echter een definitief ontwerpakkoord kon voorgelegd worden. In navolging van de nieuwste politieke trends zullen de onderhandelingen “overzomeren”: de zomervakantie zorgt voor een tijdelijke pauze maar vanaf 19 september nemen de onderhandelaars terug de draad op.

Eerst wat voorgeschiedenis

Op 2 februari 2010 werd in betoging de eisenbundel van de sector aan de Vlaamse regering bezorgd. Nadien volgde er een hele periode van radiostilte. Uiteindelijk na lang dralen (en vakbondsacties) kwam de Vlaamse regering in januari 2011 op de proppen met een budget en een onderhandelingsagenda. Er lag 147 miljoen Euro op tafel. Dit voorstel werd echter resoluut door het gemeenschappelijk vakbondsfront van tafel geveegd. We verwijzen hiervoor naar het vorige artikel op onze blog: Verslag Uitgebreid Beroepscomité ACOD-AC-BBTK Vlaamse Social Profit 26 januari )

Op 29 maart 2011 volgde er terug een grote betoging mét resultaat. Op 2 mei kwam de Vlaamse regering naar buiten met een nieuw voorstel en boden ze 63 miljoen Euro extra bovenop het eerste bedrag van 147 miljoen Euro wat neerkomt op 210 miljoen Euro in totaal. Daarop volgde 2 maand onderhandelingen tijdens 15 vergaderingen en nog enkele technische vergaderingen er boven op. Bedoeling was om vóór de zomervakantie een definitief ontwerpakkoord af te hebben. Maar ondanks dag en nacht onderhandelen op de 2 laatste dagen van juni, kwam de eindmeet niet in zicht.

De onderhandelingen

Er werden wel heel wat deelakkoorden “geparkeerd” maar zolang er geen definitief ontwerp van totaalakkoord is, heeft het weinig zin hier in detail op in te gaan. We willen wel een beeld schetsen in welke omstandigheden deze onderhandelingen doorgaan, al is het maar om de complexiteit van het gegeven te illustreren.

Aan de onderhandelingstafel zitten er 3 partijen: de Vlaamse regering, de werkgevers en de vakbonden (6 vakbondscentrales) De onderhandelingen worden opgesplitst onder 3 hoofdthema’s:

1. Méér jobs/ uitbreidingsbeleid

2. Kwaliteit (vorming, opleiding, tijdskrediet, verlofregeling, onregelmatige prestaties, woon-werk verkeer …)

3. Koopkracht (meer dan verdubbeling van het eerste voorstel in januari: van 29 miljoen Euro naar 70 miljoen Euro)

Het budget verdelen: geen sinecure!

Het totaalbudget van 210 miljoen Euro wordt volgens deze 3 thema’s verdeeld maar dat is nog niet alles. Het budget dient ook verdeeld te worden tussen de privésectoren (81%) en de openbare sector (19%) En dan zijn er nog eens de diverse subsectoren die elk hun budget moeten toegewezen krijgen. De grootte van de budgetten hangt dan nog af van het budget van het ministerie waaronder de subsector valt, dus niet altijd even logisch. De werknemers uit de socio-culturele sector, die onder minister Schauvliege vallen, weten waarschijnlijk wel al waar ze zich kunnen aan verwachten: een zeer rond getal. De kaasschaaf die door Schauvliege als een botte bijl gehanteerd wordt, blijft een regelrechte schande!

We zetten enkele subsectoren even op een rijtje:

Beschutte Werkplaatsen – Sociale Werkplaatsen en Lokale Diensteneconomie

Gezinszorg

VAPH (Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap)

Jongerenwelzijn

Kinderopvang

Socio-culturele sector

Het spreekt vanzelf dat men eerst moet uitzoeken hoeveel personeel er precies waar werkt: een oefening waar de overheid niet zo sterk in is … Er werken in totaal 111.000 VTE in de VIA-sectoren (wat ongeveer overeenkomt met 150.000 “koppen”) 107.000 daarvan zijn gesubsidieerd door de Vlaamse regering. Daarnaast is er nog een rest van 4000 VTE “anderen” o.a. de dienstencheques in de gezinszorg.

Commercialisering?

Een belangrijk punt in de eisenbundel van de vakbonden is de kwestie van de commercialisering. Er wordt dan ook gevraagd aan de Vlaamse regering om hier een duidelijk standpunt over in te nemen. Met de VOKA-knecht NVA in de regering lijkt dit niet zo vanzelfsprekend. Waar gaat het dan in concreto over? Wat doet men met de winsten die gemaakt worden in de sector? Winsten op basis van financiële middelen aangeleverd door de overheid dienen geherinvesteerd te worden in de sector. De winsten uitkeren aan privé-aandeelhouders is zeer onkies, om het nog zacht uit te drukken. Een tweede vraag is: “Wat te doen met de dienstencheques in de sector?” Tot hiertoe wordt er enkel in de gezinszorg met dienstencheques gewerkt. De vakbonden zijn vragende partij om dit tot de gezinszorg te beperken en geen dienstencheques in te zetten in de andere subsectoren. Een derde kwestie is die van de buitenlandse werknemers. Het kan niet de bedoeling zijn dat commerciële interimkantoren of headhuntersbureaus forse winsten boeken op het invoeren van buitenlandse werknemers. Werknemers zijn geen vee!

In navolging van de federale sectoren: functieclassificatie

Voor de thema’s “uitbreidingsbeleid” en “kwaliteit” werden er al verscheidene deelakkoorden geparkeerd in afwachting van een definitief ontwerpakkoord. Wat het thema “kwaliteit” betreft kunnen we wel meedelen dat er een voorakkoord (budget: 0,5 miljoen Euro) bestaat over de uitwerking van een functieclassificatie (IF-IC) in de Vlaamse sectoren naar het voorbeeld van de federale sectoren. Voor alle duidelijkheid: het gaat over het wetenschappelijk onderzoek, niet over de implementering ervan met bijhorende (nieuwe) loonschalen. In de federale sectoren heeft men er de nodige jaren over gedaan om tot een functieclassificatie op wetenschappelijke basis te komen. Over het thema “koopkracht” werd er echter nog geen woord gesproken. Het beste (of het moeilijkste?) houdt men voor het laatste.

De hete aardappel van de koopkracht

Wat betreft de koopkracht kunnen we misschien een korte stand van zaken geven van vóór de onderhandelingen. Tijdens het vorig VIA-akkoord (2005-2010) werd er gestart met de opbouw van een reserve voor een aanvullend pensioen. Vanaf 2011 wordt het aanvullend pensioen effectief opgestart maar in de praktijk stelt dit niets voor; de vergelijking met apenootjes lijkt ons zelfs nog overdreven. Het komt neer op nog geen 100 Euro per persoon… en voor alle duidelijkheid: dit is niet per maand, per jaar; dit is het totaalbedrag.

Wat betreft de 13e maand (of beter gezegd: het streven naar een 13e maand) zijn er momenteel 7 verschillende formules van kracht voor de eindejaarspremies. Het bereikte percentage ten opzichte van een volwaardige 13e maand schommelt tussen de 0 en de 75%. Inderdaad: er zijn nog subsectoren waar men het meest ronde getal als eindejaarspremie krijgt.

To be continued in september ...

vrijdag 1 juli 2011

Prettige vakantie!

De redactie en de medewerkers van Polsslag wensen alle lezers een welverdiende vakantie toe! Tijdens de zomer blijven we artikels publiceren maar op een verlaagd tempo.

Zo kan je binnenkort een artikel verwachten over de onderhandelingen in de Vlaamse sectoren van de non/social profit, die na een pauze tijdens de zomervakantie in september zullen verdergezet worden. Het 'overzomeren' wordt kennelijk een rage. Over de concrete inhoud van die onderhandelingen kunnen we weinig vertellen zolang er geen definitief (ontwerp)akkoord is. Maar we willen wel een beeld geven van wat er die onderhandelingen allemaal bemoeilijkt en wat de speerpunten zijn waar de vakbonden willen voor gaan.

dinsdag 28 juni 2011

Nederland: besparingen in de GGZ

In België zet men de eerste stappen met de hervorming van de psychiatrie met het beruchte "artikel 107" wat in vakbondskringen al tot de nodige discussies heeft geleid.

In Nederland windt men er minder doekjes om en hanteert men de botte besparingsbijl in de geestelijke gezondheidszorg (GGZ). Nu woensdag heeft er in Den Haag een betoging plaats tegen deze besparingen. We verwijzen hiervoor naar een artikel op de Nederlandse website Socialistisch Alternatief: "Bezuinigingen GGZ: te gek voor woorden!"

De index: van vitaal belang voor de werknemers van de non/social profit

De werkgeversorganisaties en rechtse partijen in ons land voelen zich gesteund door allerhande internationale kapitalistische instellingen zoals het IMF, de OESO, de EU … om ons unieke indexsysteem naar de bladzijden van de geschiedenis te verwijzen. Daarvoor valt men zelfs niet omver van één leugentje meer of minder.

1. Algemene schets van de index

De automatische indexering van de lonen heeft niets te maken met loonsverhoging hoezeer het VBO en co dit ook herhaalt als een ware boeddhistische mantra. Het is de aanpassing van het loon aan de levensduurte om de koopkracht relatief op peil te houden. “Relatief” omdat de automatische indexering een correctiemechanisme is met een ingebouwde vertraging dat achterloopt op de reële prijsstijgingen.

Het is immers de gezondheidsindex die als basis dient voor de indexering van de lonen, de sociale uitkeringen en de huurprijzen. De gezondheidsindex is een index die gebaseerd is op een korf producten waar benzine, alcohol en tabak uitgelicht werden. De gezondheidsindex stijgt minder snel dan de index van de consumptieprijzen waardoor de indexering van de lonen en sociale uitkeringen wordt vertraagd. De slimme lezer heeft ook al door dat de index kan gemanipuleerd worden door de keuze van de producten in de indexkorf.

Nog een ander ‘leugentje’ is het feit dat België het enige land zou zijn waar de automatische indexering (nog) bestaat. Buiten België bestaat het systeem ook nog in Luxemburg, Malta en Cyprus.

2. De index en de crisis

Ondertussen heeft de financiële crisis en de draconische besparingsprogramma’s die er op volgden heel wat sociale ravage aangericht in tal van Europese landen. Ons indexsysteem in België heeft een massale verarming van de werkende bevolking tot hier toe voorkomen. En dát wil men nu net afschaffen. Een situatie zonder indexering wordt perfect weergegeven door de bovenstaande cartoon. Men zou gaan twijfelen aan de geestelijke gezondheid van de werkgevers en rechtse partijen of zou het dan toch waar zijn dat zij enkel geïnteresseerd zijn in de portefeuille van de rijken?

3. De index en de non/social profit

Het afschaffen van de automatische indexering van de lonen zou een complete ramp zijn voor onze sector en dit omwille van verschillende factoren.

Voor de federale sectoren van de non/social profit is onze laatste echte loonsverhoging (+ 1%) reeds meer dan 10 JAAR GELEDEN (2000). In onze sector wordt er met sociale akkoorden van 4 of 5 jaar gewerkt terwijl voor de privésectoren het zogenaamde IPA (interprofessioneel akkoord) het kader schetst voor de loon- en arbeidsvoorwaarden voor 2 jaar. Met andere woorden: om de 2 jaar kan men sneller op de bal spelen dan om de 5 jaar. Geen wonder dat de loonkloof (15%) tussen non/social profit en de profitsectoren amper wordt ingehaald.

Zo ook hebben de werknemers van onze sector minder drukkingsmiddelen om hun (loon)eisen kracht bij te zetten: de onderneming volledig lamleggen door een staking is bij ons in de ziekenhuizen, rusthuizen en dergelijke niet mogelijk. En uiteraard zitten we met het “dubbel karakter” van de sector: enerzijds zijn er de “directe werkgevers” maar anderzijds is er de regering die voor het bulk van de centen moet zorgen. Als die regering dan fors wil besparen …

Bij een afschaffing van de automatische indexering zouden de vakbonden in de sterke profitsectoren in theorie om de 2 jaar (IPA) voldoende looneisen kunnen stellen en afdwingen om de koopkracht tenminste te behouden. Maar dit is allesbehalve vanzelfsprekend voor de zwakkere sectoren zoals de non/social profit. En diegenen die afhankelijk zijn van sociale uitkeringen zijn dan zeker de dupe.

We kunnen gerust stellen dat de afschaffing van de automatische indexering in onze sector de werknemers tot de bedelstaf zou veroordelen. Vandaar zou het niet slecht zijn mocht de witte woede ook wat meer aandacht schenken aan de verdediging van de index.

Meer info:

Uitgebreid dossier op de website van het ABVV

Alle cijfers van de verschillende indexen en handige huurcalculator op website FOD Economie